8 tips voor opruimen met kinderen

Je bekijkt nu 8 tips voor opruimen met kinderen
  • Leestijd:5 minuten gelezen

Word jij gek van je huis vol speelgoed, paperassen, schooltassen, kleding en half opgegeten boterhammen? Weinig kans dat jouw kinderen dat boeiend vinden. Opruimen, ho maar. Maar: er is licht aan de horizon: kinderen kunnen heus wel opruimen. Je moet het ze alleen nog even leren. Dat is goed voor hun ontwikkeling naar zelfstandigheid en het is fijn voor jou.

Leren opruimen kan al van heel jongs af aan. Denk je nu: ‘Shit, die van mij is al 13 en het gaat nu niet meer lukken?’ Het zal inderdaad wat lastiger zijn, maar met deze tips én jouw acceptatie dat de beginfase gepaard zal gaan met een hoop gemopper, gaat het je vast lukken.

Ben je zelf niet zo’n opruimer? Dan heb je ook veel aan deze tips om voor jezelf toe te passen. Misschien sla je dan alleen tip 4 over!

1. Maak je huis opruimvriendelijk

Zorg ervoor dat je vaste plekken in huis hebt waar spullen opgeruimd moeten worden en dat die plekken ook toegankelijk zijn. Als je verwacht dat je kind zijn vieze bord na de maaltijd in de vaatwasser zet, zorg dan ook dat die vaatwasser is uitgeruimd.

2. Koppel opruimacties aan vaste momenten

Opruimacties worden beter onthouden, als je het koppelt aan andere activiteiten. Komt je kind uit school, dan wordt bijvoorbeeld gelijk de jas op de kapstok gehangen en de schooltas uitgepakt. Of je doet altijd na het tanden poetsen ’s avonds, ook de vieze was in de wasmand.

3. Geef complimenten

Geef aan wat het met jou doet als je kind iets opgeruimd heeft. Bijvoorbeeld: ‘Wat fijn dat je zelf je fiets in de schuur hebt gezet, daardoor kon ik rustig mijn koffie opdrinken en heb ik nog energie voor een spelletje’.

4. Maak een ‘dit-kan-ik-al’-slinger

Als je kind nog jong is, kan dit goed werken voor de motivatie: Maak een ‘dik kan ik al’-slinger (gewoon een touwtje van de ene naar de ander kant van de kamer). Die slinger hang je vol met kaartjes. Elk kaartje staat voor iets wat het kind al kan, zoals bijvoorbeeld: ‘Jezelf aankleden’. Elke keer kan er weer een kaartje bij komen. Van zo’n slinger word je blij, want je ziet steeds wat er al wel goed gaat (in plaats van de focus op wat niet). Je kunt er een ritueel van maken om elke ochtend of avond langs de slinger te gaan en te genieten van wat er allemaal al lukt.

5. Maak een spel van het opruimen

Maak een spelletje van het opruimen. Voor de kleintjes bijvoorbeeld tellen hoeveel duplostukjes je terug in de bak gooit. Of na het opruimen op de vrijgekomen plek een stoeipartijtje houden. Ook voor de grotere kinderen kan je opruimen leuker maken door bijvoorbeeld te tellen hoeveel vieze was-stukken je opruimt. Of hoeveel stappen je zet door het huis om je schooltas leeg te ruimen en dat dat zéker bijdraagt aan een wasbordje als je dat elke dag doet 😉.

6. Maak de taken concreet en visueel

Maak de taken concreet, dus niet: ruim je kamer op, maar: gooi de vieze was in de wasmand, zet de boeken in de boekenkast en maak je bed netjes. De taken visueel maken (opschrijven op met plaatjes) is heel fijn voor kinderen die erg in het verzet gaan of snel dingen vergeten. Als je er een afvinklijstje van maakt, dan wordt het nog makkelijker voor ze om te onthouden wat ze al hebben gedaan en wat ze nog moeten doen. Het afvinken van een taak is een instant beloning, want een taak afronden geeft dopamine af: een instant geluksgevoel. En dat geeft motivatie om door te gaan met de volgende taak op de lijst.

7. Laat je kinderen fouten maken

Opruimen en hierin de verantwoordelijkheid nemen is een proces. Heeft jouw kind gewone kipfilet meegenomen, terwijl je biologische wilde, houd dan wijselijk je mond dicht. En heeft jouw kind een nieuwe wc-rol opgehangen, maar vergeten door te trekken, lach er gewoon maar even om. Er is altijd wel iets te bedenken wat wél goed ging en benoem alleen dat. Groeien en leren doe je alleen door fouten te maken. Geef ze dan ook die ruimte. Daar leren en groeien ze van! En tegelijkertijd leer en groei jij in accepteren en loslaten.

8. 1 erin, 1 eruit

Brengen jouw kinderen veel spullen het huis in? Dan kan je gaan voor het: ‘1 erin, 1 eruit’-principe: prima als er iets bij komt in huis, maar dan moet er óók iets uit. Zo zorg je ervoor dat de hoeveelheid spullen niet weer oploopt. Dat kan uiteraard bijvoorbeeld ook goed met kleding en boeken.

Veel opruimplezier gewenst!

Ik ben heel benieuwd of je een tip gaat toepassen of een tip hebt die voor jou goed werkt. Geef je dan een reactie op dit bericht of laat je het me weten op info@marleenbrengtstructuur.nl ?

Heeft jouw kind autisme en is opruimen daardoor extra lastig? In het artikel Autisme en opruimen van KOEKIE Autisme Begeleiding lees je specifieke uitleg en tips over het opruimen met kinderen met autisme.

Geef een antwoord